Mijn nichtje, Alfie, is zes. En ik vrees dat het volledig mijn schuld is dat ze verpest is. Qua kleding dan.
Niet dat haar smaak niet in orde is (afgezien van het feit dat ze van roze, glitter en veel, heel veel tule houdt) maar ze praat over kleding op een manier die, nou ja, niet helemaal bij haar leeftijd past. ‘Tan Manon, als ik één nachtje kom logeren, zal ik dan drie outfits inpakken? Dan kunnen we nog lekker combineren!’ ‘Kunnen we dan ook shoppen? Ik heb echt nieuwe jurken nodig.’
Misschien heb ik ‘r vrij fanatiek opgevoed (getuige dit geluidsfragment). Los van dat ze designernamen feilloos uitspreekt is haar basiskennis vrij groot. Ze weet dat glitterstipjes niet echt glitterstipjes heten maar studs en kent het verschil tussen aqua en kobalt. Ook het feit dat je kleding bepalend is bij de beeldvorming van anderen, over jou, heeft ze feilloos door: ‘mag ik alsjeblieft m’n jas open, dan lijk ik acht!’ Ze koopt haar schoenen het liefst te groot (‘ik heb 28 maar ik neem 30, dan lijk ik ouder’). Haar goedbedoelde advies ‘moet jij ook doen!’ sla ik maar even in de wind.Wat niet wegneemt dat ze vaak wel gelijk heeft. ‘Ik snap er niks van. Je hebt wel een miljoen paar hakkenschoenen maar je doet ze nooit aan. Beetje zonde!’ Ze wil graag uitvinder worden. En dat moedig ik natuurlijk enorm aan, maar wat mij betreft zit er een kleine styliste in haar verscholen.

(Visited 1 times, 1 visits today)