Als je start met alcohol drinken, begint het vaak bij een mixje, een Breezer of een biertje. Als je eenmaal gewend bent, probeer je Canei of Lambrusco en langzaam begin je te wennen aan zoete wijn. Zodra je de stap maakt naar een rode wijn of een droge witte wijn, ben je er klaar voor: wijn proeven.

Oefening baart kunst

Ja, er zijn echt mensen die aan een wijn kunnen ruiken/proeven en weten uit welke streek de wijn komt, of welke druifsoort er is gebruikt. Zo ver is het bij ons nog niet, maar met die artikel kom je al een heel eind. Wat vooral heel belangrijk is: blijf proeven. Misschien voelt het in het begin wat onwennig om met je vriendinnen het glas te pakken, hem zachtjes te draaien en flink met je neus in het glas te zitten, maar proeven is juist leuk. En als je het samen doet word er alleen maar wijzer van.

Ruiken

Voordat je de wijn proeft, ruik je de wijn eerst. Je laat de wijn zachtjes in het glas draaien zodat de geur vrij komt. Vervolgens ruik je de wijn en probeer je de geuren te plaatsen. Fruit en hout zijn een van de eerste geuren die je kan ruiken. Als een wijn naar hout ruikt, dan betekent dit dat de wijn op hout is gerijpt. Door continu te ruiken en te bespreken wat je ruikt, kan je steeds beter de geuren plaatsen en dus wijnen gaan herkennen.

De basis

Een Chardonnay, Sauvignon Blanc, Pinot Noir en een Merlot worden allemaal gemaakt van verschillende druiven. Maar dit betekent niet dat alle Chardonnay’s hetzelfde smaken. Ze zijn niet allemaal even droog of zoet. Dit ligt namelijk vooral aan het suikergehalte. De smaak, die komt van de druifsoort.

Klassiek en nieuw

Tegenwoordig wordt wijn echt o-ve-ral gemaakt. Zelfs in Maastricht worden er lekkere wijnen gemaakt. Daarnaast zie je in de schappen vooral wijnen uit Chili, Afrika, Nieuw-Zeeland en Australië. Dit noemen we vooral de nieuwe wereldwijnen. De klassieke streken zijn Frankrijk, Italië en Spanje. En ja, ook de streek heeft veel invloed op de smaak van de wijn.

Combineren

‘Vroeger’ werden sommige wijn-gerechtscombinaties streng afgekeurd: ‘Pinot Noir bij een biefstuk? Dat kan ECHT niet’. Nou, tegenwoordig nemen we het allemaal met een korreltje zout. Bij Wine paring, zoals dat mooi heet, is het vooral belangrijk dat de smaak van de wijn en het gerecht even sterk zijn. Ze horen een tegenhanger van elkaar te zijn. Stel je hebt een vettig gerecht met dikke Hollandaisesaus en champignons, dan wil je daarbij het liefst een krachtige wijn drinken. Omdat er veel sterke smaken in het gerecht zitten. Dan kies je dus niet voor een Sauvignon. Een Sauvignon is vaak een lichte wijn die weer goed past bij bijvoorbeeld langoustines.

Etiquette

Dan willen we even van het moment gebruik maken en aantal regels de wereld uit helpen. Wanneer je in een restaurant zit en je mag een wijn voorproeven, dan is dit niet een proeverijtje waarbij je mag kiezen welke wijn je het lekkerst vindt. Nee, dit proeven is alleen zodat jij de wijn kan goedkeuren of hij nog goed is en of er kurk in zit. Het beste antwoord wat jij dus kan geven als je in een restaurant de wijn mag voorproeven: hij smaakt goed. En natuurlijk mag je complementeren dat de wijn lekker is.

Steel of het glas

Deze vraag blijft onbeantwoord. Het mag namelijk allebei. Voorheen was het bij de steel. Maar zelfs het koninklijk huis houdt het glas vast bij de kelk, dus wie zijn wij om dit dan af te keuren. Het enige nadeel: wanneer je het bij het glas vasthoudt, neemt de wijn de warmte van je hand over. Daarnaast is het ook niet mooi als je glas vol vingerafdrukken zit. Maar, het mag dus gewoon allebei.

PHOTO CREDITS: UNKNOWN
(Visited 1 times, 2 visits today)